Achtergrond informatie

bij het onderzoek Positief Opvoeden bij Pleegzorg 

Bij veel pleegkinderen worden gedragsproblemen gerapporteerd. Dit is zorgwekkend aangezien gedragsproblemen vaak de aanleiding zijn van vroegtijdig afgebroken plaatsingen of overplaatsingen. Dit is een ongewenste situatie voor pleegkinderen, omdat uit onderzoek blijkt dat het aantal keren dat een kind wisselt van pleeggezin voorspellend is voor toekomstige psychische, gedrags- en emotionele problemen. Hierdoor neemt de kans toe dat het in een volgend pleeggezin weer niet lukt, waardoor een pleegkind in een negatieve spiraal van afgebroken plaatsingen kan belanden.
 

Gedragsproblemen, problemen met emotieregulatie of problemen in het aangaan van sociale contacten, kunnen voortkomen uit een onveilige of gedesorganiseerde gehechtheid. Onderzoek heeft aangetoond dat pleegkinderen en adoptiekinderen ruim tweemaal zo vaak onveilig gedesorganiseerd gehecht zijn als kinderen die opgroeien in biologische gezinnen. Gelukkig is een onveilige of gedesorganiseerde gehechtheid niet per definitie onveranderbaar. Om zich veilig te kunnen voelen heeft een kind een (pleeg)ouder nodig die sensitief is, d.w.z. een (pleeg)ouder die de signalen van het kind goed observeert en interpreteert en hier op een adequate, consistente en voorspelbare manier op reageert. Uit onderzoek blijkt dat het bevorderen van de sensitiviteit van de ouder, kinderen met een onveilige gehechtheid kan helpen om toch een veilige gehechtheidrelatie op te bouwen.

 

Om pleegouders te ondersteunen in de omgang met hun pleegkinderen, zijn er diverse vormen van begeleiding ontwikkeld. Het doel van het onderzoek Positief Opvoeden bij Pleegzorg is om deze vormen van begeleiding te onderzoeken en te verbeteren.